In de gemeente Ede wonen veel generaties, nationaliteiten, overtuigingen en gezindten bij elkaar. Stedelijk en dorps wisselen elkaar af. Cultuur bestaat naast natuur. Traditie en innovatie gaan hand in hand. Dat is wat de gemeente typeert: veelzijdigheid. Daarbij mag het best schuren. Verschillen mogen er zijn. Zoals tussen kalverboer Ben Minnen en 3D foodprinter Erik van der Garde van Oceanz. Zij gingen met elkaar in gesprek. Behalve verschillen, bleken ze ook opvallend veel overeenkomsten te hebben.

Ben: “Ik ben hier op de boerderij aan de Lunterseweg geboren. Mijn grootvader kocht deze boerderij en mijn vader en moeder hebben die overgenomen. Ze hadden koeien, varkens en kippen. Standaard gemengd dus. Veel boeren deden het zo. Specialisatie kwam pas in de jaren ‘90, toen ik het bedrijf overnam. Mijn vrouw en ik besloten met vleeskalveren verder te gaan. Ik heb zo’n 1000 kalveren van verschillende leeftijden op mijn bedrijf. Het vlees is voor 90% voor de export.”

Erik: “De historie van mijn bedrijf gaat niet zo ver terug hoor. We zijn sinds 2010 in Ede gevestigd. Oceanz is voortgekomen uit 3D Worknet, een pionier in professioneel 3D printen. 3D printen is een techniek van laagsgewijs bouwen, in de hoogte en de diepte, meestal met kunststoffen. Foodprinting is de nieuwste 3D printtechniek. Ons bedrijf staat daarbij voor toegevoegde waarde en het oplossen van problemen. Bijvoorbeeld kauw- en slikproblemen bij ouderen. Met foodprinting kunnen we een product maken dat zij makkelijk kunnen doorslikken, zoals een worteltje geprint van wortelpuree. Het is een serieuze ontwikkeling. Commercieel nog niet aantrekkelijk, maar wij pionieren graag.”

Lokale productie en schaalgrootte

Ben: “Je verhaal spreekt mij wel aan. Buiten de gebaande paden lopen, dat doen wij ook. Ik probeer een circulair bedrijf te runnen. We hebben al zes jaar zonnepanelen en zijn wat energie betreft 100% zelfvoorzienend. Verder verbouwen we aardappelen, suikerbieten en snijmaïs. De snijmaïs voer ik aan de kalveren. De mest kan ik weer grotendeels op mijn eigen land kwijt en het overschot lever ik aan de Stichting Mestverwerking Gelderland, die de mest exporteert. Zo houd ik de keten duurzaam en maak ik hem binnen mijn bedrijf zo goed als rond. Dat is de overeenkomst tussen jouw en mijn bedrijf. We willen duurzaam met onze omgeving omgaan. We steken daarbij allebei ons nek uit.”

Erik: “Ik denk dat onze bedrijven elkaar aanvullen: we zijn ons allebei bewust van onze rol en kansen in de voedselketen. Ik denk dat we in de toekomst minder gaan slepen met vlees, lokaler gaan produceren en printen. Duurzaamheid is wat ons bindt.”

De KennisAs en de praktijk

Erik: “Ik kwam in contact met Knooppunt Techniek in Ede, onderdeel van ROC A12. Het is van groot belang dat er goede technische operators beschikbaar zijn in de regio. De nieuwe generatie moet daarvoor opgeleid worden. Daarom heb ik aangeboden om het MakersLab bij ons onderdak te geven. Dat is een werkplaats met 3D-printers, een 3D-scanner, lasersnijder, Occulus Rift, noem maar op. In het MakersLab nemen we studenten mee in de nieuwste technieken. Verder werken we nauw samen met Wageningen University & Research. Onder meer in onderzoek naar het printen van eiwitten en andere duurzame voedselproductietechnieken en het hergebruik van afvalstromen. Dat is voor mij het belang van de KennisAs, dat we gezamenlijk nadenken over de duurzame keten.”

Ben: “Leren is belangrijk. Bij mij gebeurt dat in de praktijk. Nee, ik heb geen stagiaires. Ik ben niet de juiste persoon om stage bij te lopen. Ik vind het best als er iemand meeloopt hoor, maar ik doe gewoon mijn ding. Ik moet opletten tijdens het werk. Onze oudste zoon zit nu ook in het bedrijf. Hij begint ‘s morgens vroeg met voeren. Om half acht gaat hij naar zijn werk – hij heeft nog een baan hiernaast – en doen mijn vrouw en ik de rest.”

De gemeente en de bedrijven

Erik: “Wat ik goed vind aan jouw verhaal is dat je laat zien dat je erin gelooft. In Ede zitten we logistiek gezien op een superplek, dicht bij de A12. De investeringen in de infrastructuur, daar hebben wij baat bij. Met Food Valley kunnen we bovendien een nummer-1-positie claimen in duurzame voedselproductie en het circulaire denken. Unieke bedrijven zoals dat van jou en mij moeten hierbij centraal staan. En een initiatief als het World Food Center hoort daar ook bij. Daar liggen mooie kansen om burgers te betrekken bij voedselproductie.”

Ben: “Ik merk niet zoveel van Food Valley. Wij vinden zelf dat we transparant moeten zijn en laten zien wat we doen. Ik produceer eerlijk vlees. Er komt hier aan de weg een kalfsvleesautomaat te staan, naast de eierautomaat. Daar kunnen mensen kalfsvlees kopen, diepvries en vers. Ik hang een webcam in de kalverschuur en de beelden daarvan kun je zien bij de automaat, dan weet je wat je eet. Ik wil open zijn over mijn bedrijfsvoering.”

Het verleden en de toekomst

Ben: “Ik heb een foto van toen mijn grootouders hier kwamen. Ze staan voor een klein boerderijtje, meer was het niet. In mijn vaders tijd heb ik de stallen gebouwd zien worden. Ik heb alles weer afgebroken en nieuwe stallen neergezet. En wat er nu staat, staat er over 50 jaar niet meer. Ook als we dan nog kalveren hebben, gaat het er anders uitzien. Maar uitgangspunt blijft duurzaamheid.”

Erik: “Jouw bedrijf is op het eerste gezicht traditioneel, maar beweegt wel volop mee. Bij mij gaat het alleen harder. De 3D printwereld verandert zo razendsnel. Voor de toekomst geloof ik dat de ketens gaan veranderen. Ze worden lokaler en transparanter. En foodprinting blijft als techniek overeind. Of we ook kalfsvlees gaan printen? Technisch gezien is dat geen probleem. Maar het is de vraag of we dat willen. Het stimuleren van duurzame voedselproductie, daar gaat het uiteindelijk om.”